SPINAZIE-EN-APPELSOEP
Lang voor de komst van Europese kolonisten groeiden er eetbare kruiden en planten in het wild op de hellingen van de Tafelberg en in het omringende land. Algauw maakte men soep van planten als zuring, wateruintjie (zweepcactus), wilde kool en spinazie. Later werden er gekweekte groenten van het seizoen toegevoegd. Dit gerecht weerspiegelt de tamelijk eenvoudige recepten uit het verleden en het genoegen van het combineren van zoet en zuur in één gerecht.
ongeveer 1,2 kg spinazie, goed gewassen
50 g boter
4 preien, fijngesneden
2 Granny Smith-appels, in stukjes
1 l warme Kippenfond
zout en versgemalen zwarte peper
½ tl nootmuskaat
250 ml room
citroensap
Stroop de dikke stelen van de spinazie. Hak de bladeren grof. Smelt de boter in een grote pan en fruit de prei tot hij zacht is. Voeg de appel en natte spinazie toe, doe de deksel erop en stoof alles 5 minuten onder af en toe roeren. Schenk de fond erbij en voeg zout, peper en nootmuskaat toe. Dek af en laat ongeveer 20 minuten zachtjes koken.
Pureer de soep. Voeg bijna alle room en het citroensap toe, warm de soep goed door. Garneer met de rest van de room.
8 personen
land : Zuid-Afrika
gerechtsoort : soep
bron : De keuken van Zuid-Afrika : Een culinaire reis / Lannice Snyman