Mali is een land waar geen voedsel verspild kan worden. Omsloten door land heeft het niet de gulle gaven van de zee om op te vertrouwen en het heeft dus ook niet het meer gematigde klimaat van het kustgebied. Langdurige droogte kan de gewassen, waarvan de Malinezen grotendeels leven, verwoesten.
Maasa (spreek uit als mah-sah) zijn beignets van gierst, die gegeten kunnen worden als tussendoortje of bij de pap aan het ontbijt. In Mali wordt voor maasa ook de gebroken rijst gebruikt, die niet meer geschikt is voor andere rijstgerechten. De rijst wordt gemalen en vermengd met gierstebloem, suiker, gist en olie. De bruine rijstebloem verhoogt het vitaminegehalte en maakt het vezelrijk.
90 ml melk
90 ml water
15 g (1 eetlepel) fijne suiker
10 - 15 g (2 - 3 theelepels) droge gist
250 g gierstebloem
250 g bruine rijstebloem
15 g (1 eetlepel) bakpoeder
plantaardige olie
poedersuiker naar smaak
Doe melk en water in een pan en verwarm dit langzaam. Schenk het in een mengkom en los er de fijne suiker in op. Voeg de gist toe en houd het mengsel warm (bijvoorbeeld op een warme kookplaat); laat het staan tot de gist gaat schuimen.
Zeef de gierstebloem, de rijstebloem en de bakpoeder. Roer dit door het gistmengsel, dek de schaal af en laat het mengsel 30 tot 40 minuten rijzen.
Roer het mengsel dan rustig, maar stevig door. Het moet de consistentie hebben van een dik pannenkoekbeslag. Bak een lepel van dit mengsel in een ondiepe laag hete olie bij lage temperatuur; draai de maasa regelmatig om teneinde aanbakken te voorkomen, maar zorg wel dat de beignet goed gaar is.
Laat de beignet uitlekken op een stuk keukenpapier en bestrooi ze met poedersuiker.
Serveer als tussendoortje, lichte maaltijd of, zonder suiker, bij soep of het ontbijt.
Voor 16 - 20 stuks
land : Mali
gerechtsoort : gebak
bron : De Afrikaanse keuken wereldwijd / Dorinda Hafner